Column 3-2015

Column

Zwanenzang voor Frits

Begin deze zomer kregen we via het vogelasiel een jonge zwaan binnen. Zo’n gezellig, grijs jong ding, van nog geen kilo (een beetje zwaan weegt al gauw zes kilo). Hij kon zo uit het sprookje van Grimm zijn weggezwommen, ware het niet dat hij door een blessure aan zijn pootje niet meer kon zwemmen of lopen. Doordat de pees steeds van zijn hak gleed, lukt het niet zijn poot te strekken. We hebben hem geopereerd en hij was gelukkig al snel weer gezellig aan de wandel.

Ik moest aan het beestje terugdenken toen Frits, onze cavia, pas geleden overleed. Frits maakte elf jaar lang deel uit van ons gezin, voor een cavia is dat een zeer respectabele leeftijd. Meestal worden cavia’s niet ouder dan een jaar of vijf tot maximaal acht. Frits kwam in ons gezin als cadeautje voor zoon Job, toen net acht. Frits woonde in de keuken en hoorde er echt bij. Je kon letterlijk en figuurlijk niet om hem heen. Niet alleen stond zijn kooi bij de keukendeur, maar hij was ook altijd luid en duidelijk aanwezig. Wilde hij vers water? Dan maakte hij gewoon een hoop herrie door de waterfles op en neer te gooien. Ging de koelkastdeur open, dan begon hij hard te piepen of er voor hem ook nog een wortel was.

Hij kreeg van iedereen aandacht, maar zoals dat zo vaak gaat, waren het vooral Ellen en ik die voor Frits zorgden. Tijdens vakanties ging hij naar de praktijk, waar ze uiteraard ook heel goed voor hem zorgden. Dat is het voordeel als je dierenarts bent: goede opvang is geregeld…
Zoals wij als gezin aan Frits gehecht waren, zo was hij dat ook aan ons. Want hoe goed hij het ook had op de praktijk, eenmaal thuis fleurde hij altijd helemaal op.

Een paar maanden geleden, rond de tijd dat ook de zwaan werd binnengebracht, merkte ik dat Frits uit zijn doen was. Ik nam hem mee naar de praktijk en onderwierp hem aan een echo, maakte foto’s, nam bloedonderzoek, kortom: ik keerde hem binnenstebuiten om te kijken of er iets was dat ik voor hem kon doen. Ook dat doe je misschien wat makkelijker als je zelf dierenarts bent. Maar er was niets te vinden, behalve ouderdomsslijtage.

Toen ik eind augustus terug kwam van vakantie en naar de praktijk ging, liep ik uiteraard eerst naar Frits. Die zat er wel erg stil bij. Hij was nog warm en moet echt vlak daarvoor zijn overleden. Ik ging die dag dus zonder Frits naar huis. De plek bij de keukendeur is ineens wel erg kaal. En zelfs de stoere achttienjarige – die van jong eendje ondertussen zelf een flinke zwaan is geworden – moest toch even slikken.

We missen Frits. En we zijn tegelijk blij met elk dier dat we in onze praktijk kunnen helpen om zich weer goed te voelen en weer gezond met zijn baasje naar huis te gaan. Want als dierenarts weet je precies hoe dat voelt, de band met je dier.

handtekening-bas