Inentingen

Katten- en niesziekte voorkomen
Kattenziekte is een zeer besmettelijke ziekte die zorgt voor aandoeningen aan het maagdarmkanaal en verminderde weerstand. Een kat met kattenziekte heeft koorts, braakt, heeft last van diarree en flinke buikpijn. Door de verminderde weerstand kan uw kat ook last krijgen van andere infecties. Een kat kan kattenziekte overleven, maar heeft dan vaak nog maanden last van diarree
Bij niesziekte raken de voorste luchtwegen ontstoken. Het lijkt op een verkoudheid met niezen, hoesten en waterige ogen en neus. Erger wordt het wanneer uw kat last krijgt van koorts, sloom wordt, niet wil eten of drinken, kwijlt of kapotte wang- en tongslijmvliezen heeft. Longontsteking is een veel voorkomende complicatie. Sommige katten kunnen de rest van hun leven last houden van de verschijnselen.

Wanneer inenten?
Om dit te voorkomen kunt u uw kitten met twaalf en vijftien weken laten inenten tegen katten- en  niesziekte, Daarna volstaat en jaarlijkse enting. Pasgeboren kittens hebben via de moedermelk van een goed ingeënte moederpoes voldoende bescherming tegen kattenziekte.

Heeft u een oudere kat die nog nooit is ingeënt? Dan kunt u die voor een optimale bescherming twee inentingen geven met een tussenpoze van vier weken. Daarna is een keer per jaar genoeg.

Entingschema kat
Voor uw volwassen kat kunt u ook gebruik maken van het voordelige Vaccinatie spreekuur.