Interne geneeskunde


Acute en chronische aandoeningen
Interne diergeneeskunde heeft te maken met alle aandoeningen van de inwendige organen. Hieronder vallen onder andere cardiologie (hart) en gastro-enterologie (maag-darmen). Vaak hebben we te maken met chronische aandoeningen, zoals chronisch nierfalen, longproblemen of darmaandoeningen, hoge bloeddruk, hartproblemen, suikerziekte, epilepsie of schildklierproblemen.

Zorgvuldige diagnose
Omdat je aan de buitenkant niet meteen kunt zien wat er met een dier aan de hand is, speelt een goede diagnose een grote rol in een succesvolle behandeling. Dat kan een tijd in beslag nemen, bijvoorbeeld wanneer andere oorzaken eerst moeten worden uitgesloten. U kent uw huisdier als geen ander. Daarom is uw informatie voor ons van groot belang.

Hart- en longaandoeningen
Honden, katten en andere dieren kunnen aangeboren hartziekten hebben, zoals een slecht sluitende hartklep of een gaatje in het hart. Ook kan op latere leeftijd een hartziekte ontstaan, bijvoorbeeld een lekkende hartklep.

Hoe herkent u hartfalen?
Heeft uw dier last van het hart, dan wordt hij bijvoorbeeld sneller moe, slaapt meer en heeft een snellere ademhaling. Ook hoesten en benauwdheid kunnen wijzen op hartfalen.

Echocardiografie (ECG)
Met echocardiografie kunnen we het hart van uw huisdier onderzoeken en een diagnose stellen. De dieren worden op een speciale behandeltafel gelegd en op de borstkas geschoren, voor een optimaal resultaat van de echocardiografie.